

Rubinus -
De basis: goede grond en passende druivensoorten
Rubinus (Latijn voor robijnkleurig) maken we van de druivenrassen Rondo en Cabernet Cortis. Ze staan in het Brabantse Diessen op diepe zandgrond. Ook in de volkstuin waar we een miniwijngaard van 300 m² hebben. Daar hebben we bovendien voor witte wijn het ras Solaris aangeplant.
Een goede bodemstructuur is een belangrijke kwaliteitsfactor voor rode wijn. De planten
staan tegen onze west-
Oogst en wijnbereiding
Bij de jaarlijkse oogst in september wordt alleen gaaf fruit verwerkt. Na kneuzen
van de druiven voegen we gist toe, die suiker omzet in alcohol. De schillen geven
daarbij hun kleur-
De gisting wordt opgerekt tot vier of vijf weken en al die
tijd blijven de schillen in de om extra geur en smaak te
geven. Daarna wordt licht geperst en gaat de wijn enkele
maanden in grote glazen flessen om helder te worden.
Toevoegingen en houdbaarheid
Aan Rubinus wordt zo weinig mogelijk geknutseld. Voor
de gisting wordt een beetje suiker toegevoegd om aan
12% alcohol te komen. Dat maakt prettig drinkbaar aan
Tafel. De wettelijk verplichte hoeveelheid sulfiet tegen
oxidatie en bederf wordt toegepast. Verder is het soms
nodig om het zuurgehalte op het juiste peil te brengen.
Een lichte toets van vanille en eikenhout wordt verkregen door een beperkt gebruik van eiken snippers.
Andere kleur-
De meeste commerciële wijn wordt zo gemaakt, dat die direct gedronken kan worden. Maar wij hebben de tijd, dus mag onze wijn in flessen een paar jaar rusten tot we hem mooi genoeg vinden. De paarsrode tint heeft dan plaatsgemaaakt voor robijnrood, de wijn is op dronk en het grote genieten kan beginnen.
